












De wereld om hem heen is een constante bron van inspiratie voor Giulio Zahnd. Hij volgt de geopolitiek op de voet, luistert naar podcasts, kijkt documentaires en probeert politieke systemen te begrijpen. Daarbij ziet hij hoe de opkomst van extreemrechts en oorlogen steeds nadrukkelijker onderdeel worden van het dagelijks leven.
Voor zijn afstudeercollectie aan de Amsterdam Fashion Academy besloot hij die fascinatie niet buiten zijn werk te houden. Met Hope werd Zahnd bovendien geselecteerd als een van de finalisten voor Lichting 2026, de jaarlijkse presentatie van de meest veelbelovende modetalenten van Nederland, die tijdens Amsterdam Fashion Week wordt gepresenteerd.
“Ik zie de opkomst van fascisme overal,” vertelt Zahnd. “En ik zie hoe oorlogsmisdaden keer op keer blijven gebeuren. Wat er in de wereld gebeurt, is zo’n groot onderdeel van mij dat het voor mij een must is om daar in mijn werk over te praten.”
Zahnd begon ongeveer anderhalf jaar geleden na te denken over het onderwerp. Aanvankelijk wilde hij onderzoeken waarom mensen elkaar doden “in the name of God”. Tijdens zijn studie verschoof de focus. Voor een paper schreef hij over de manier waarop extreemrechts kleding gebruikt om macht uit te oefenen in de publieke ruimte. Geweld werd uiteindelijk de verbindende factor tussen de verschillende ideeën.
“Ik wilde niet direct over extreemrechtse symboliek of religie praten,” legt hij uit. “Ik wilde een andere manier vinden om erover te praten. En toen werd geweld de rode draad.”
Wie de collectie bekijkt, krijgt geen traditionele militaire garderobe te zien. Zahnd gebruikt militaire verwijzingen, maar haalt ze tegelijkertijd uit hun oorspronkelijke context. Camouflagenetten worden bloemachtige latexconstructies. Een peace-top wordt gecombineerd met een reeks kogelvormige elementen. Een wit, vuil gewaad verwijst naar een vredesvlag, maar daaronder verschijnt een rode laag.

Die tegenstellingen zijn bewust. Zahnd wil het zware onderwerp niet op een voorspelbare, realistische manier verbeelden. “Het is voor mij interessant om speelsheid tegenover geweld te zetten.”
De spanning tussen het speelse en het duistere is volgens hem bovendien een afspiegeling van de manier waarop nieuws tegenwoordig tot ons komt. “Je scrolt op je telefoon en ziet een video van een bombardement, en een seconde later zie je een schattige kat. Vervolgens zie je iemand iets doms doen. Het is zo’n bizarre overlap van emoties.”
Die vervreemding probeert Zahnd in zijn kleding te vangen. Op de vraag welke boodschap hij met zijn collectie wil meegeven, antwoordt hij dat zijn werk niet per se een eenduidige boodschap hoeft uit te dragen. Liever maakt hij objecten die vragen oproepen en ruimte laten voor interpretatie.
“Ik zie mezelf als iemand die materie bouwt om over na te denken,” zegt hij. “Het kan ruimte openen voor discussie.”
En ondanks de zwaarte van zijn onderwerp wil hij met de collectie ook iets anders oproepen: hoop. “Ik hoop dat mensen er iets van hoop in zien.”
Latex speelt een centrale rol in de collectie. Zahnd experimenteert niet alleen met het materiaal als oppervlak, maar onderzoekt vooral wat het technisch kan doen. Sommige stukken zijn volledig uit latex opgebouwd, andere combineren het materiaal met textiel of bestaande kledingstukken.
Voor een camouflage-look nam hij militaire netten als uitgangspunt. Hij bestudeerde hun patronen en vertaalde die naar een volledig uit latex gemaakte constructie, die vervolgens met een laser werd gesneden.
“Ik wilde een militair net, een camouflagenet, opnieuw maken uit latex,” vertelt hij.

Het resultaat lijkt tegelijkertijd op een militair object en op iets speels en bijna bloemachtigs. Daarmee krijgt het camouflagenet een karakter dat haaks staat op zijn oorspronkelijke doel.
“Het wordt iets dat zowel fetisjistisch als volledig onbruikbaar is als militair net,” zegt Zahnd. “Het is super fragiel en gevoelig voor licht.”

Ook andere technieken komen voort uit zijn experimenten met latex. Polyester vlaggen werden behandeld met vloeibare latex waardoor het materiaal zijn oorspronkelijke gevoel verloor. Op witte stoffen gebruikte hij vloeibaar rubber om inkt door de vezels te bewegen en zo vlekken te creëren.
Het experimenteren met materiaal is niet toevallig. Zahnd liep stage bij het Amsterdamse latexlabel UNTITLEDrubber, waar hij inmiddels als prototype ontwikkelaar werkt. Hij onderzoekt er de mogelijkheden van het materiaal en vertaalt die naar nieuwe producten. Het label werd opgericht door Ivo Mittelmeijer, die 20 jaar geleden de allereerste winnaar van Lichting werd. Zahnd omschrijft Mittelmeijer als zijn mentor, die zijn kennis en ervaring met het materiaal met hem deelt.
Een van de meest uitgesproken items uit de collectie is een latex kledingstuk waarop het woord peace staat, gecombineerd met een riem met kogelvormige elementen. Het ontwerp komt voort uit Zahnds oorspronkelijke interesse in religie en geweld, maar kreeg uiteindelijk een andere betekenis.

“Ik wilde praten over de hypocrisie van westerse staten die vrede brengen met bommen en geweren,” zegt hij.
De eenvoud van het beeld is volgens hem juist belangrijk. Geen ingewikkelde slogan of propagandistische boodschap, maar het woord peace tegenover kogels.
“Je hebt de slogan “peace” en vervolgens heb je een hele reeks kogels. Het klopt gewoon niet.”
Ook daarin zit een laag die alleen zichtbaar wordt voor mensen die bekend zijn met de latex- en fetishcultuur. De kleur van de latex kan binnen die context bovendien verwijzen naar plasseks, waardoor Zahnd bewust speelt met de verschillende associaties die het materiaal en de kleur kunnen oproepen. Het maakt de collectie niet alleen politiek, maar ook ironisch.

Een andere look noemt Zahnd de surrender look. Het kledingstuk kan binnenstebuiten worden gedragen: aan de buitenkant wit, als een oude vredesvlag, aan de binnenkant rood. De witte laag is bewust vuil gemaakt, terwijl het rood verwijst naar een nog veel gewelddadiger beeld.
“Het idee was om te praten over het geweld van overgave,” vertelt Zahnd. “Overgave en vrede sluiten betekent meestal ook veel verlies voor de mensen die dat moeten doen of daartoe gedwongen worden.”
De look laat daarmee zien dat vrede niet automatisch het tegenovergestelde van geweld is. Ook het neerleggen van wapens kan gepaard gaan met verlies, machteloosheid en dwang.

Zahnds collectie probeert oorlog niet mooier te maken of simpelweg te illustreren. In plaats daarvan vertaalt hij militaire ideeën en machtsverhoudingen naar kwetsbare, soms absurde kledingstukken. De agressie wordt overdreven of gecontrasteerd totdat het bijna karikaturaal wordt.
Daarmee maakt Zahnd van mode geen antwoord op oorlog, maar wel een aanleiding om er opnieuw naar te kijken.
“Mijn grootste stem op dit moment is mijn werk,” zegt hij. “Het is hoe ik mensen kan bereiken, al is het maar op heel kleine schaal.”
Opvallend is dat de collectie niet alleen door Zahnd zelf is gemaakt. Juist het maakproces werd voor hem onderdeel van de boodschap.
Voor een rok bevestigde hij maar liefst 3.250 studs die als kogels fungeren. Tien vrienden hielpen mee om ze één voor één vast te zetten.
Zijn partner, die ook Fashion Design studeert aan de Amsterdam Fashion Academy, werkte mee aan de collectie en bedacht samen met hem hoe de peace-print op de top gerealiseerd kon worden.
“Wat ik daar zo mooi aan vind, is dat je mensen rond een project kunt verzamelen dat betekenisvol is voor iedereen die erbij betrokken is,” zegt hij.
Zahnd werkte voor andere onderdelen van de collectie ook samen met mensen uit zijn professionele netwerk. Zo hielp latexspecialist Leanne Jane, die ook bij UNTITLEDrubber werkt, met het lasercutten van de militaire camouflage en het digitaal verwerken van de snijbestanden.
De samenwerking vormt volgens Zahnd daarmee bijna een antwoord op het onderwerp van zijn collectie. Waar oorlog mensen uit elkaar drijft, brengt het maken van de collectie mensen juist samen.

Zahnd ziet zichzelf niet als iemand die slechts één discipline wil kiezen. Naast mode houdt hij zich bezig met fotografie. Samenwerking speelt ook daarin een belangrijke rol. Hij werkt regelmatig voor merken en artiesten. Het liefst werkt hij met mensen die een andere visie meebrengen.
“Het is mooi als iemand anders ontwerpen vanuit een andere visie fotografeert.”
In de toekomst wil Zahnd zich vooral verder ontwikkelen als prototype ontwikkelaar. Zijn grote ambitie is duidelijk: werken voor Rick Owens. Daarvoor zou hij zonder twijfel naar Parijs verhuizen.
“Ik zou voor deze baan overal naartoe verhuizen,” zegt hij.
Dat prototype ontwikkeling hem zo aanspreekt, heeft volgens Zahnd vooral te maken met het moment waarop een idee werkelijkheid wordt. “Het zien hoe een idee tot leven komt, dat is voor mij waar de magie gebeurt.”

Foto credits: Matthijs Koppert
此内容由惯性聚合(RSS阅读器)自动聚合整理,仅供阅读参考。 原文来自 — 版权归原作者所有。