










Wat betekent het om punk te zijn temidden van die gigantische modehuizen van Paris Fashion Week? Hoe ga je van tweedehands shirts verknippen in je woonkamer naar diezelfde stukken in modetijdschriften door heel Europa? Van een kleine modeshow voor je matties naar een volledige collectie op de Tokyo Fashion Week?
Als iemand het weet is het Hiroaki Sueyasu wel. Op zijn 25e verhuisde hij naar Londen om meer over haar te leren. Hij was kapper, alleen bleek het haren knippen uiteindelijk zijn ticket de modewereld in.
Hiroaki struinde thriftwinkels af op zoek naar T-shirts, thuis knipte hij zijn vondsten kapot en puzzelde ze weer in elkaar tot nieuwe dingen: bulky, chunky, spikey kleding. Hij groeide op in Fkolka, Japan, luisterde naar punkbands van over de hele wereld en staarde naar foto’s in tijdschriften van bandleden in hun zelfgemaakte leren jacks vol sterren en patches.
“Dat is voor mij de vrijheid van punk, dat bleef bij me hangen. Ik wilde altijd al iets maken met dat gevoel,” zegt hij.

In Londen begon Hiroaki rond te hangen bij een club, Cash Point. Gewoon om vrienden te maken in een nieuwe stad. Maar daar zaten ook alle mode-freaks: redacteuren, stylisten, fotografen. Hij begon knipbeurten te geven bij hem thuis, en de mensen die langskwamen zagen de shirts die hij had gemaakt.
Het begon klein, een stylist die vroeg of ze een van zijn shirts mocht gebruiken voor een shoot, één pagina in een tijdschrift. Toen werden het er twee, dan vier, dan acht. Toen stonden tijdschriften door heel Europa, bij hem op de stoep voor kleren.
“Ik wilde iets maken wat niemand nog had gezien,” zegt Hiro.
Hij had een vriendengroep in de stad, veel van hen Japans, met connecties naar inkopers in Japan. “Waarom doe je geen show in Londen?” vroegen ze.
“Niemand van ons had ooit een show gedaan, maar we gingen er gewoon voor,” zegt Hiro. Dit was 2005. “Het was toen ook niet zoals nu, waar je mensen via social media uitnodigt. Je had alleen mond-tot-mondreclame. De een brengt de ander mee, die weer een ander, of iemand zag het in een magazine.”

Toen ontwierp hij nog onder zijn eigen naam, niet als KIDILL.
“Het leek meer op een schoolevenementje, een open dag, geen echte show,” lacht hij, terwijl hij de chaotische DIY-sfeer van die eerste show beschrijft. “Maar toch begon iedereen mijn kleren te kopen.”
De negen jaar daarna bleef hij underground gigs en kleine shows houden. Tot 2014, toen hij dacht: misschien is het tijd voor een echt merk, een “echte collectie” voor een breder publiek. Maar hij wilde zijn roots niet kwijtraken, zichzelf blijven herinneren waar hij begon: dat tienergevoel van die eerste show, die liefde voor stijl die hij al sinds de middelbare school had.
“Kid-ill. Kid zoals kind, en ill als in sick, als in cool.”

De overstap was doodeng. Daarvoor deed hij shows voor vrienden en bekenden. Nu besloot hij dat de volgende, logische, veilige stap Tokyo Fashion Week was — no biggie. Hetzelfde jaar dat hij het merk oprichtte, 2014, schreef hij zich meteen in. Niemand in zijn team wist wat er nodig was om zo’n show te draaien.
“Iedereen was nerveus, zelfs de stylisten. Ineens moet je aan van alles denken, een volledige look op één model, allemaal details die hiervoor nooit uitmaakten.”
Punk op zich is natuurlijk niet helemaal nieuw in de modewereld. Vivienne Westwood is misschien wel het bekendste voorbeeld van een designer die punk en chaos de runway op haalde, al 50 jaar terug. Maar Hiro ervaarde toch weerstand toen hij de high fashion wereld intrad.
“Ik zou nog steeds niet zeggen dat ik echt in high fashion thuishoor. In 2014, toen ik mijn eerste volle collectie liet zien, snapte ik al dat wat ik doe niche is, niet voor iedereen. Het ene seizoen deden we een show als een maid café, het andere een anime-collectie. Ik verwacht niet dat iedereen met die shows klikt. Volgens mij dacht 90% van de mensen ‘wat de fuck is dit’. Maar als zelfs 10% het snapt, is dat al genoeg.”
Zijn huidige collectie heet ‘Chaotic Discord’. Vlak voor Paris Fashion Week ging Hiroaki naar een concert van een Amerikaanse band, Napalm Days, in Tokyo. Tokyo is brandschoon, alles altijd netjes op zijn plek, legt hij uit. Behalve in die concertzaal. Daar was alles vies.
“De hele tent was smerig, goor. Het toilet was walgelijk. Maar ik voelde meteen: hier hoor ik. Ik hoor thuis op vieze plekken, ik voel me goed in chaos. Mijn hoofd staat nooit stil, altijd bezig met wat ik hierna ga maken.”

Dus waarom ‘discord;? vraag ik.
“Als ik iets maak weet ik niet of het cool is, ik wil gewoon testen of het kan. Elke keer vraag ik mezelf af: is het mooi of niet, klopt het of niet? Ik weet het antwoord nooit. Die onzekerheid is voor mij ook een soort punk. En ik hou van vervorming, van dingen die er doorleefd uitzien, van stof die kapot mag. De vernietiging van schoonheid is ook schoonheid, want zodra je die bovenlaag kapot maakt, zit daaronder de echte schoonheid. Dat is de kern van punk: de schoonheid van reconstructie.”
Al dat punk, underground en dwars zijn, is misschien top voor je artistieke autenticiteit, maar niet zo top voor de zaken.
“Als maar 10% van de mensen je visie snapt… dan betekent dat dat je nergens echt veel voorraad hebt liggen,” bekent Hiro.
Parijs is best traditioneel als het op mode aankomt. Dat zou je misschien niet zeggen als je door de straten loopt, maar in de zakenwereld is de stad niet zo goedgezind naar mensen die willen experimenteren. Zo’n show doen in Parijs is een groter risico dan in Londen of Tokyo — maar “hier zitten de inkopers,” zegt Hiro.
Hij legt uit dat het lastig groeien is als modehuis wanneer je alleen in Tokyo zit, en dat mensen die naar shows in Londen gaan alleen komen kijken, om vervolgens door te reizen en pas in Parijs echt in te kopen. Dus kiest hij bewust voor Parijs, om het merk te groeien. Hij houdt ervan om shows hier te doen. (Misschien omdat hij altijd het tegenovergestelde van comfortabel wil zijn.)
“Parijs is dé modestad. Als je het hier voor elkaar krijgt, heb je alles.”







此内容由惯性聚合(RSS阅读器)自动聚合整理,仅供阅读参考。 原文来自 — 版权归原作者所有。