





















De Belgische muziekscene staat onder druk. Zowel van bovenaf als van onderuit. Wat ooit begon als een vorm van vrije zelfexpressie, groeide uit tot een commerciële machine. Iedereen danst mee. VICE België trapt een reeks af over de toestand van onze scene.
Ons eerste gesprek is met Sara Dziri, jarenlang een sleutelfiguur in de Brusselse elektronische scene als DJ, producer en medeoprichter van Not Your Techno, een platform voor inclusieve elektronische muziek.
VICE sprak met haar over de staat van het nachtleven: de wetten, de gebreken en een mogelijke uitweg.
Hoe ziet jouw leven er momenteel uit? Ik zit een beetje in een transitieperiode. Mijn aandacht verschuift van Not Your Techno naar mijn eigen artistieke praktijk en de opstart van een nieuw label: SILT.
Not Your Techno op richtte je in 2019 op, samen met Yasmine Dammak. Wat was het idee? Ik organiseerde al wat kleine evenementen, maar Not Your Techno kwam er als tegenreactie op de toenmalige techno structuur. Techno ontstond binnen zwarte queer communities. Op I Love Techno merkte je daar nog weinig van. De woordspeling was ons antwoord op de commerciële witte institutie die techno overnam.

Je klopt met een nieuw verhaal aan bij de clubs, hoe verliep het eerste gesprek? Er was nood aan betere representatie. Clubs hadden dat ook wel stilletjes aan door. Bij promotoren liep het niet altijd even vlot. Die hadden vaak nood aan één duidelijk label: queerness, flinta of people of colour? Terwijl onze benadering intersectioneel was. Gelukkig zat onze muzieksmaak goed (lacht), dus ging het vlot. Muziek was ook steeds ons eerste uitgangspunt. Van daaruit vertrekken andere uitdagingen als representatie, inclusiviteit en veiligheid. Op dat spanningsveld balanceert Not Your Techno.
Vroeger vs nu. Het woord nachtleven dekt de lading eigenlijk niet (meer). Je ziet meer interesse in een mix van nacht- en dagevents. Laten we de term ‘ravecultuur’ revalideren. De scene vandaag? Moeilijk om in één zin uit te leggen, maar ik ben een systeemdenker. Alles is deel van een groter geheel. En als je naar de structuur kijkt, komt het steeds neer op dezelfde pijnpunten: commercialiteit, machtsstructuren, inclusie en veiligheid.
Over commercialiteit. Zie jij de muzieksoort als vrijetijdsbesteding of als een professionele activiteit? We mogen niet vergeten dat clubs een commercieel antwoord zijn op de underground ravecultuur.
Kan ravecultuur überhaupt bestaan zonder commercie? Commercie is op zich niet het probleem. De vraag is onder welke voorwaarden die commerciële logica werkt. Clubs moeten financieel overleven, artiesten willen een duurzame praktijk uitbouwen en collectieven nemen vaak artistieke risico’s terwijl ze ook zorg dragen voor hun community. Dat is veel arbeid die zelden zichtbaar is en naar waarde geschat wordt. De uitdaging is om samen de voorwaarden te creëren waarin al die spelers duurzaam kunnen functioneren. Wanneer die randvoorwaarden ontbreken, verschuift de grootste druk uiteindelijk naar de spelers die het minst beschermd zijn, maar die vaak wel het kloppende hart van het ecosysteem vormen.
En als clubs onder druk staan, staat iedereen lager op de geldladder evengoed onder druk. Dat hebben we zeven jaar lang aan den lijve ondervonden. Collectieven zijn kunstenaars die terechtkomen in een commercieel circuit. Je moet constant vechten om financieel rond te komen. Zelfs voor concepten die consequent uitverkopen. Op deze manier begeleiden we al die artistieke energie via burn-outs en financiële problemen rechtstreeks naar de exit.


Je ziet dat institutionele plekken als Ancienne Belgique en Botanique nu ook experimenteren met clubnachten, hoe zie jij dat? Klopt. Het is een interessant vraagstuk omdat het zowel positieve als negatieve effecten heeft. Clubs zien extra concurrentie. Collectieven ervaren de positieve kant. Ancienne Belgique bv maakt naast gratis zaalgebruik bijvoorbeeld ook een budget vrij voor de curatie. Dat geeft meer ademruimte voor artiesten en collectieven. Daartegenover creëren die ad hoc opportuniteiten geen structurele verandering. Dus het is moeilijk om te zeggen of dit voor een gezonder ecosysteem zorgt.
Veel organisaties profileren zich vandaag als inclusief. Is dat volgens jou vooral marketing, of zie je echte verandering? Met Not Your Techno hebben we inclusie mee op de agenda gezet in Brussel en bij uitbreiding België. De dialoog lag open, de representatie volgde, maar los van een paar uitzonderingen lijkt die representatie weer in dalende lijn.
Inclusie gaat ook veel verder dan wie er op je affiche staat. Het gaat om representatie op alle niveaus. En als je dan na zeven jaar Not Your Techno terugkijkt, en je ziet dat de meeste elektronische muziekprogrammatoren in Brussel vandaag nog steeds witte mannen zijn, verdwijnt elke illusie.

Is dat een probleem van discriminatie, of vooral van bestaande netwerken die zichzelf blijven reproduceren? Volgens mij gaat het vooral over hoe bestaande netwerken zichzelf in stand houden. Dat gebeurt niet altijd bewust, maar het maakt het wel moeilijk om echt te veranderen.
De term ecosysteem kwam al een aantal keer terug. Brussel zit vol met interessante initiatieven, hoe kanaliseer je dat? Dat is inderdaad de uitdaging. Elektronische muziek zit op een heel interessant kruispunt tussen artistieke expressie, commercie, community building en beleid. Dat spanningsveld heeft altijd bestaan, maar in de clubscene wordt het heel zichtbaar. De vraag is hoe we ruimte blijven maken voor artistiek experiment én sterke communities binnen een economische realiteit. Daar ligt volgens mij de echte uitdaging.
We kunnen natuurlijk naar steden als Amsterdam of Berlijn kijken. Daar gebeuren inspirerende dingen, maar ook daar staan clubs onder druk en worstelen artiesten en organisatoren met dezelfde existentiële vragen. Volgens mij heeft vandaag geen enkele stad hét antwoord. We kunnen vooral veel van elkaar leren.

Wie houdt de verandering vandaag mogelijk tegen? Ik weet niet of er één partij is die verandering tegenhoudt. Ik zie net veel goodwill, zowel in de sector als bij bepaalde beleidsmakers. De uitdaging is dat iedereen vanuit zijn eigen rol en belangen werkt, wat ook logisch is. De volgende stap is om die verschillende perspectieven vaker samen te brengen en te bouwen aan een gedeelde langetermijnvisie. Daar hoort ook goed bestuur en transparantie bij. Uiteindelijk wint de hele sector als we het ecosysteem als een gedeelde verantwoordelijkheid bekijken.

Hoe kan concreet beleidspunt klinken? Fair Pay is alvast een gezond concept. Als je een subsidieaanvraag doet binnen de performance arts, krijg je de voorwaarde om artiesten en kunstwerkers eerlijk te betalen. COPY/PASTE naar de clubscene. Niet om iedereen hetzelfde te betalen, maar wel om prijsonderhandelingen transparanter en eerlijker te maken. Vandaag zijn die vaak erg ondoorzichtig, zeker voor jonge artiesten of collectieven.
Geef nieuwe concepten en clubs ook een langetermijnvisie. Locaties als CityGate en Reset bijvoorbeeld. Heel sexy en leuk op korte termijn, maar ze zijn per definitie eindig. Een structurele, langetermijnvisie ontbreekt omwille van de tijdelijke beschikbaarheid van de ruimtes.
Heb je ooit overwogen om helemaal uit de clubscene te stappen? Ja, die vraag heb ik mezelf de voorbije jaren vaak gesteld. Zeker niet omdat ik muziek beu ben, maar omdat mijn artistieke praktijk groter geworden is dan de club alleen. Ik wil nog altijd draaien, maar ik voel minder de nood om elk weekend in een club te staan. Vandaag interesseren andere contexten zoals live performances, concert en compositie me evenveel. De club blijft een belangrijke plek, maar is niet langer mijn enige horizon.
En wat is de volgende stap: je eigen label SILT? Wat mogen we verwachten? SILT voelt voor mij als een nieuw hoofdstuk. Not Your Techno vertrok vanuit de vraag hoe we de scene samen konden openbreken. SILT vertrekt vanuit een veel persoonlijkere vraag: welke artistieke wereld wil ik bouwen? Ik wil muziek maken en ondersteunen die zich niet laat vastpinnen. Muziek die even goed werkt in een concertzaal als in een club, en die verschillende werelden met elkaar verbindt. Als ik terugkijk op mijn parcours tot nu toe, besef ik dat dat eigenlijk altijd de rode draad is geweest. Minder bezig met reageren op iets, meer met het bouwen van een eigen wereld.

此内容由惯性聚合(RSS阅读器)自动聚合整理,仅供阅读参考。 原文来自 — 版权归原作者所有。