

























Yoshi, neem ons mee in je hoofd. Y: Mijn hoofd voelt als een synergie tussen natuur en computers. Het start bij een analyse van menselijk en dierlijk gedrag. Van daaruit bouw ik een nieuw systeem, en ontstaat er een volledig nieuwe wereld. Het voelt alsof ik de natuur controleer, binnen de grenzen van mijn eigen verbeelding. Zoals figuratieve vogels en abstracte pijlen. Kriskras door elkaar. Die realiteit voelt natuurlijk, maar is volledig artificieel.
Wat bedoel je met een systeem? Y: Mijn werk omvat verschillende technieken als 3D- en 2D-programma’s en vibe coding. Dat breng ik allemaal samen in Three.js.
Jouw werk omarmt ambiguïteit en contradictie: de esthetiek voelt tegelijk geconstrueerd en intuïtief. Hoe zie jij dat? Y: Ja, dat klopt wel. Elke nieuwe wereld bevat verschillende lagen: zon, rook, bewegende objecten en verschillende camerahoeken. Al die factoren ontstaan vanuit een intuïtieve invalshoek waardoor er een spanning ontstaat tussen verschillende gevoelens.
Staat je kunst specifiek voor iets? Y: Ik denk niet dat er een bepaald statement achter schuilt. Door mijn muzikale achtergrond maak ik graag de vergelijking met muziek. Net als bij kunst, vertrekt muziek vanuit een emotioneel perspectief. Bepaalde muziekstukken roepen nostalgische gevoelens op. Diezelfde regel geldt wanneer ik een warme, zonnige gloed toevoeg aan mijn werk. Wat mijn werk typeert is de combinatie van romantische nostalgie met bevreemde futuristische beelden.
Y: Tegelijk kan je de reactie van een publiek nooit voorspellen. Ooit vroeg iemand me (vriendelijk) of ik het groen scherm uit mijn video’s kon weglaten. Hij bestempelde het als niet logisch. Nadat ik weigerde, ontvolgde hij me. De abrupte botsing tussen natuur en greenscreen is net het statement. Niet iedereen voelt hetzelfde, en dat is helemaal oké.

En heb je een bepaald idee over de relatie tussen kunst en politiek? Y: Beide zijn belangrijk, of je ze combineert blijft een persoonlijke keuze. Onlangs kreeg ik een DM: “Je hebt zoveel volgers, waarom maak je geen statement over de politieke situatie?” En hoewel ik sterke persoonlijke overtuigingen hanteer, staan die los van mijn kunst.
Wat met kunst en technologie? Beide evolueren razendsnel. Hoe beïnvloedt dat jouw proces? Y: Ik doorliep de hele cyclus. 30 jaar geleden had het internet een sterke doe-het-zelf-mentaliteit. Als je iets nodig had, bouwde je het van nul op. Vandaag steunt het internet voornamelijk op sjablonen.
Y: En de evolutie gaat inderdaad razendsnel. Zonder AI-codering was videokunst op deze schaal niet mogelijk. Ik ben helemaal niet tegen het gebruik van technologieën als AI, zolang je het gebruikt als instrument, en niet als een verlengde van je creatieve denkproces. Het programma dat ik voor dit werk gebruikte, bouwde ik in een week. Het verfijnen duurde ongeveer twee maanden. Zonder AI was het simpelweg niet mogelijk en zou het werk niet bestaan.
Je liet onlangs vallen dat je levenshouding afstamt van de punk rock-ethos, ‘for better or for worse’. Wat bedoel je met ‘for worse’? Y: Ik speelde in een punk rockband. Het is een muziekgenre met een sterke ethos. De afkeer van geld, de aversie voor commercialisering. Het zijn idealen die me vandaag nog sterk leiden, hoewel het niet altijd de eenvoudigste weg is.
Y: En ik werkte zeker al met grote merken samen. Maar ik hanteer dan strikte regels over mijn creatieve vrijheid en de gebruiksrechten achteraf.
Metallica en Max Cooper zie ik wel passen binnen die ethos. Y: Met Metallica werkte ik aan een muziekvideo en visuals voor liveshows. Muziek bereikt een veel groter publiek dan beeldende kunst. Dat opent deuren. En metal als genre heeft een sterk en betrokken publiek. Een interessante ervaring.
Y: Met Max Cooper werkte ik al meerdere keren samen. Het is iemand die ik diep respecteer. Een fijn persoon om mee samen te werken.
Hoe verliep het creatief proces met Max Cooper? Y: Dat varieert. Voor het eerste project maakte ik een visuele interpretatie van de muziek die hij produceerde. Voor ons meest recente project draaiden we de rollen om. We gingen in dialoog over abstracte ideeën. Op basis daarvan maakte ik enkele videoclips, waarop hij de muziek produceerde. Heel verrijkend voor mij. En een beetje vergelijkbaar met filmproductie: de muziek wordt op de afgewerkte film gecomponeerd.
Hoe ontstond de link Yoshi – TICK TACK – Horst?
Y: Tijdens COVID stuurde ik een video in voor een videoprojectie op de gevel van de galerij. Het publiekelijk kunstcircuit lag toen helemaal stil. Ik vond zowel de timing, als de grens tussen geluid en beeld interessant.
Tijs Lammar: We kwamen al snel uit bij het werk van Yoshi. Alles wat hij de voorbije twintig jaar maakte, zijn samenwerkingen met Max Cooper, Metallica, Beck en Tame Impala. De synergie tussen geluid en beeld die hem zo typeert, zoeken wij ook op.
T: Wat de samenwerking met Horst nog interessant maakt, is de context. Publieke ruimte verruimt de relatie tussen kunst en het publiek. Het is open. Je stuit erop, ervaart het, of negeert het. Je kijkt terwijl je danst, of net heel bewust. Nuchter, of niet.
T: In een gecommercialiseerde samenleving bestaat ook een interessante dynamiek tussen videokunst en de publieke ruimte. Reclame claimt nagenoeg 90% van de videoruimte. Op Horst neemt kunst opnieuw de overhand. In zekere zin werkt dat ontregelend.
T: Zoals ik al aanhaalde, zochten we geen standaard VJ-ervaring. We mikken écht op de snijlijn tussen muziek en kunst. De beelden kunnen de muziek versterken, maar evengoed afleiden. De kunst is niet-conform en staat hier volledig op zichzelf.
Y: De fysica van de zwermende vogels spiegelt die van de menigte. De chaos, de willekeur en de spontane interacties.

Y: Kunstcritici omschrijven mij vaak als een kunstenaar die kunst en technologie verzoent. Maar ik zie mezelf liever op het kruispunt van kunst en muziek. In dit specifieke geval ontstaat er een contradictie. Er is geen oorzakelijk verband tussen de beelden en de artiest. Het staat op zichzelf, afgesloten van het festivalterrein.
Y: Ik ben blij dat TICK TACK elk jaar slechts één kunstenaar selecteert.
T: Als je sensatie zoekt, pak je uit met vijftien kunstenaars. Maar hier primeert het artistieke. De integriteit van de kunstenaar is cruciaal. Met zoveel verschillende actoren is dat niet evident. Een festival heeft bijvoorbeeld een budget. Elke financiële keuze is bewust en weloverwogen. Het artistiek proces vraagt eenzelfde kritische blik: hoe verhoudt het werk zich tot het festival? Dit project opent een spanningsveld tussen kunst, commercialisering en publieke ruimte.
T: Een andere vraag die ons bezighoudt, is de rol van de performer. De ravescene ontstond als collectieve zelfexpressie. De dansvloer opereert anoniem en oordeelvrij. Je verliest jezelf in de menigte. Een dj voelt die menigte en waakt over de energie. Er is geen individuele spotlight.
Vandaag heerst er meer ego aan beide kanten van de booth. De installaties op Horst kenteren die dynamiek. De toeschouwer fungeert niet louter als observator, maar maakt deel uit van het geheel. Dat herstelt de collectieve band tussen kunst (muziek) en toeschouwer (danser).
Wat zien we niet? Y: De video heeft geen begin of einde. Het algoritme beslist autonoom en totaal willekeurig. Ik creëer de wereld, de actoren en een waaier aan bewegingsmogelijkheden. Daarna neemt het algoritme over. Een beeld dat je nu ziet, verschijnt eventueel een minuut later, of helemaal nooit meer.
Terugkomend op de discussie museum versus publiek ruimte. Op Horst spelen je projecties op de achtergrond van 12.000 dansende mensen. Wat is jouw gevoel over dit type beleving? Welke rol speelt de locatie? Y: De hele dialoog met het publiek voelt meta. Ik creëer een digitale wereld. Die wereld draait op een computer. De computer projecteert alles op de koeltoren. Op het festivalterrein nemen mensen foto’s. Die foto’s verschijnen op sociale media, enzovoort. Een eindeloze tunnel van digitale kruimels.
Y: Tegelijkertijd beperk ik de interactie tot een minimum. Het mag geen entertainment worden.
Iemand die zonder voorkennis om één uur ’s nachts op een koeltoren met vogels botst. Met welk idee loopt deze persoon naar huis? Y: Hopelijk wordt het een klein deel van de herinnering aan die nacht. Een onderdeel van de gedeelde sfeer en beleving, iets collectiefs.
Blijft er bij jou ook iets hangen? Y: Een muziekfestival behoort niet tot mijn normale habitat. Maar op een gegeven moment stond ik in de rij voor het toilet en een oudere vrouw van ongeveer mijn leeftijd vroeg me willekeurig of ik de kunstenaar van de koeltoren was. Ik zag er anders uit dan de rest. Ik vond dat een mooie interactie.
Y: Wat ik wel moet zeggen: toen ik het festival verliet, draaide ik me nog één keer om en dacht ik bij mezelf: ‘Damn, this is just insane’.

TICK TACK en HORST: waar komen jullie samen? T: Horst voelt authentiek. Hun kunst- en muziekcuratie is sterk. Je voelt de heldere visie, inhoudsgericht, scherp en niet vertroebeld door commerciële logica. Bij TICK TACK delen we die waarden, en we zijn voortdurend op zoek naar kunst in alternatieve omgevingen. Dat maakt onze samenwerking sterk.
T: In 2022 nam Horst contact op met ons. Ze zochten een kunstprogramma dat de gebruikelijke VJ-shows overstijgt. De koeltorens leken daar precies geschikt voor. Dat was het vertrekpunt voor de fusie tussen TICK TACK en Horst, en tussen kunst en muziek.
T: Oké, de koeltorens, leuk idee. Nu het technische aspect. Voor een projectie van deze schaal hadden we twee projectors nodig van 50.000 lumen. Ter vergelijking: een bioscoopzaal gebruikt gemiddeld 10.000 tot 20.000 lumen. Er waren twee projectors van die grootorde beschikbaar in België. In principe was het haalbaar. Maar na wat heen-en-weergepraat met de kunstenaar beslisten we om 7 projectors te gebruiken. 350.000 lumen in totaal. Voelt bijna surrealistisch. Voor zover wij weten bestond die schaal nog niet in België, maar ik hoorde niemand met second thoughts.
En nu? T: Mensen wennen snel. Kunst daagt die status quo uit. To be continued.

此内容由惯性聚合(RSS阅读器)自动聚合整理,仅供阅读参考。 原文来自 — 版权归原作者所有。